web analytics

Systematisch en methodisch besturen voorkomt onnodig (schadelijk) veranderen

Een infarct is vaak het gevolg van een ongezond leefpatroon inclusief een teveel aan ‘impulsen’. Het ‘systeem’ kan het niet meer aan en valt letterlijk om. Ook organisaties kunnen het slachtoffer worden van een infarct; teveel of het onnodig aanpassen van een organisatie kan desastreuze gevolgen hebben. Vaak wordt de behoefte aan radicale verandering overdreven. Managers kijken niet goed naar hun organisatie en omgeving, maar zien in alles een impuls en worden overgevoelig voor verandering. Ze raken los van het bestaansrecht van hun organisatie, het primaire proces en hun klanten en medewerkers. In plaats van een gezonde oriëntatie op het interne en het externe gaan schijnbewegingen van concurrenten en ervaren druk vanuit de markt of politiek hun handelen bepalen. Managers moeten wat en worden vaak overgevoelig voor veelbelovende en revolutionair ogende managementconcepten.
Bij de vraag of een organisatie zich moet aanpassen, moet een goede probleemanalyse vooraf gaan aan actie. Een goede diagnose is op zijn minst het halve werk. Daarnaast moet gebruik worden gemaakt van de beschikbare kennis en inzichten die hun waarde hebben bewezen. Dit is het systematisch en methodisch werken aan en met de organisatie. Zo werken vereist het integraal kunnen kijken naar en begrijpen van de organisatie en haar context. Voordat beslissingen over interventies of acties genomen worden, moet er vanuit verschillende perspectieven, over verschillende niveaus, in samenhang gekeken worden of dit de meeste passende ingreep is.

Door als organisatie (manager) niet alleen bij verandering systematisch en methodisch te werken, maar dit vooral ook in de ‘reguliere’ uitvoering van de managementtaak of de ‘normale’ bedrijfsvoering te doen wordt onnodig veranderen voorkomen. De primaire, en als het goed is overwegende, taak van managers is organisaties ‘in het spoor houden’. Niet het corrigeren of transformeren van ‘ontspoorde organisaties’. Het gaat er om in control te zijn en te blijven. De organisatie te behoeden voor autonome revoluties en deze zoveel mogelijk via een proces van nurtured evolution verder te ontwikkelen.

Uit onderzoek blijkt dat organisaties die systematisch besturen in staat zijn om de volgende vier begrippen te doorgronden en toe te passen in de eigen organisatie:

Richting. Dit verwijst naar de keuzen en gemeenschappelijke doelen van de organisatie. De richting wordt uitgedrukt door de purpose, de waarden en de leiderschapsvorm (voorbeeldgedrag), maar ook door de strategie en doelstellingen.

Consistentie heeft betrekking op de verticale fit en staat voor de concretisering van de gemeenschappelijke doelen en waarden in targets, opdrachten en gedragskaders ten behoeve van de verschillende organisatieniveaus, bijvoorbeeld werkmaatschappij, afdeling, team, proces, individu.

Samenhang betreft de horizontale afstemming tussen processen, ketens, werkmaatschappijen, afdelingen en individuen. Maar ook het met elkaar in lijn brengen van structuren, systemen en competenties vallt hieronder. Bij samenhang draait het om horizontale fit.

Feedback verwijst naar het zodanig inrichten van organisaties, dat op alle niveaus en in verschillende tijdsperspectieven geleerd kan worden, van zowel harde feiten als andere, zachtere, indicatoren. Gestreefd wordt naar een vorm van organisatorische feedback die zowel de externe als de interne omgeving omvat en alle organisatiesystemen en niveaus die waarde toevoegen (strategisch, tactisch en operationeel) en de verbanden daartussen dekt.

Door op een systematische wijze te werken, en deze begrippen toe te passen, op organisaties,  wordt onnodige verandering voorkomen en professionele verandering waar nodig gestimuleerd. Veranderen is dan een vak dat zijn waarde bewijst bij de uitzonderingen die de regel bevestigen.

Deel dit artikel
Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook

Tags: ,

Reageer