web analytics

Het stimuleren van vrouwelijk leiderschap, gewoon omdat organisaties er baat bij hebben

Auteurs: Kim Grinwis & Anne-Bregje Huijsmans

businesswoman-454871_960_720

Ook in Nederland is de wens om in 2020 dertig procent van de top van het bedrijfsleven uit vrouwen te laten bestaan. Minister Bussemaker lanceerde onlangs de website navigerennaardetop om het groeitempo richting deze ambitie een impuls te geven.

Niet alleen omdat er een gelijke vertegenwoordiging moet zijn van mannen en vrouwen in de top, maar vooral omdat vrouwelijk leiderschap waarde toevoegt aan het presteren van organisaties. Voor deze toegevoegde waarde van vrouwelijk leiderschap is onmiskenbare ‘evidence’.

The Economist (2011) stelt dat ondernemingen met vrouwelijke leiders beter en duurzamer presteren: ‘Er zijn goede bedrijfseconomische redenen om meer vrouwen in directies te hebben. Vrouwen begrijpen waarschijnlijk beter de smaak en wensen van de grootste groep consumenten in de wereld, namelijk vrouwen. Vrouwen vertegenwoordigen bovendien een vijver aan talent waarin veel te weinig wordt gevist. En verder is er bewijs dat ondernemingen met meer vrouwen op de hoogste posten beter presteren dan ondernemingen die uitsluitend worden geleid door mannen.’ Vrouwen brengen namelijk meer diversiteit in denken en doen en hun inbreng leidt er volgens Desvaux, Devillar-Hoellinger en Baumgarten (2007) toe, dat organisaties betere resultaten boeken. Kortom, allemaal redenen om met een open oog, zakelijk en feitelijk, te kijken naar het vraagstuk van vrouwelijke topbestuurders.

Hoewel de positie van vrouwen in arbeidsorganisaties enigszins lijkt te verbeteren (Carli, 2010), blijft echte progressie nog uit. Zeker als het gaat om topposities. Onderzoek laat zien dat het aandeel van vrouwen in organisaties in de periode van 1970 tot 2009 is toegenomen van 37 naar 48 procent. Maar in 2014 was slechts 26 procent van alle CEO’s in de Verenigde Staten vrouw, en van de CEO’s van Fortune 500-ondernemingen is nog geen drie procent vrouw (Barsh & Yee, 2011). Ook in Nederland vertonen cijfers hetzelfde beeld. Zo wordt inmiddels jaarlijks het aantal vrouwen in de top van organisaties zorgvuldig bijgehouden en laten analyses van onder andere de Dutch Female Board Index (Lückerath-Rovers, 2015) zien dat er in de loop van de jaren slechts een minimale toename is te zien.

Erlemann (2016) geeft aan dat de aspiratie van vrouwen om leiderschapsposities te bekleden een belangrijke voorspeller is voor het daadwerkelijk op die posities terechtkomen. Om de vraag over het ‘achterblijven’ van vrouwen te beantwoorden, moeten we ons dan ook verdiepen in de onderliggende factoren die van invloed zijn op de aspiratie om leiderschapsposities te bekleden. Die factoren blijken enerzijds gelegen in de privé-werkrelatie van vrouwen, anderzijds in de organisatorische en maatschappelijke context waarvan zij deel uitmaken. Al met al kan worden gesteld dat ondanks de ‘evidence’ voor vrouwelijk leiderschap, veel organisaties nog niet structureel in staat zijn vrouwen in topposities te krijgen. Dat komt waarschijnlijk doordat het ‘verandermanagement’ dat deze beweging moet ondersteunen onder de maat is. Het draait om gedragsverandering. Op individueel niveau moeten mannen en vrouwen veranderen. Op groeps- en organisatieniveau moeten zienswijzen, handelingskaders, waarden en normen, en omgangsvormen veranderen. Ook in de bredere, maatschappelijke context moet het nodige gebeuren aan opvattingen, verwachtingen en condities als arbeidsvoorwaarden en sociaal beleid. Onze visie op vrouwelijk leiderschap is nader uitgewerkt in het artikel ’Pleidooi voor vrouwelijk leiderschap’ (2016) in Holland Management Review.

Literatuur:

  • Barsh, J., & Yee, L. (2011). Unlocking the full potential of women in the U.S. economy. McKinsey & Company.
  • Carli, L.L. (2010). Having it all: Women with successful careers and families. [Review of the book Women at the top: Powerful leaders tell us how to combine work and family, by D.F. Halpern & F.M. Cheung]. Sex Roles, 62, 696-698.
  • Desvaux, G., Devillar-Hoellinger, S., & Baumgarten, P. (2007). Women matter: gender diversity, a corporate performance driver.
  • Erlemann, C. (2016). Gender and leadership aspiration (Doctoral dissertation, Erasmus Research Institute of Management).
  • Grinwis, K., Huijsmans, A.-B., & Ten Have, S. (2016). Pleidooi voor vrouwelijk leiderschap. Holland Management Review, 33(4), 63-69.
  • Lückerath-Rovers, M. (2015). The Dutch female board index 2015. TIAS School for Business and Society.
  • The Economist (2011). Still lonely at the top.
Deel dit artikel
Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook

Tags: , , , , ,

Reageer